In lieu of an abstract, here is a brief excerpt of the content:

301 Bijlage De provinciaal architecten in West-Vlaanderen Pierre-François Buyck (1805-1877) Provinciaal architect voor de arrondissementen Brugge, Diksmuide, Oostende en Veurne van 1841 tot 1877. Buyck werd opgeleid aan de Brugse stedelijke academie voor schone kunsten. Hij begon zijn proffesionele loopbaan in 1818 bij de administratie van de Waterstaat, om vervolgens in 1831 in dienst te treden als conducteur bij de stad Brugge. In 1841 werd hij tot provinciaal architect benoemd. In deze functie tekende hij ontwerpen voor tientallen, hoofdzakelijk neogotische parochiekerken, gemeentelijke lagere scholen, pastorieën en andere openbare gebouwen. Hij werd tevens belast met provinciale werven zoals de restauratie van de Brugse Sint-Salvatorskathedraal en de gebouwen van het Brugse Vrije. René Buyck (1850-1923) Provinciaal architect ad interim van 1878 tot 1883. René Buyck, zoon van provinciaal architect Pierre-François, werd opgeleid aan de Brugse academie voor schone kunsten, vervolmaakte zich vervolgens aan de academies van Brussel en Antwerpen, liep stage bij Hendrik Beyaert en verbleef een tijdlang in het buitenland. Hij volgde in 1877 zijn overleden vader op, maar werd bij de reorganisatie van de dienst in 1883 ontslagen. Hij zou in de periode 1883-1911 vergeefs voor de functie van provinciaal bouwmeester soliciteren. Hij was mede-ontwerper van het Provinciaal Hof in Brugge, een project dat hij ook na zijn ontslag kon verder zetten. Architect en ambtenaar 302 Pierre-Nicolas Croquison (1806-1887) Provinciaal architect voor de arrondissementen Ieper, Kortrijk, Roeselare en Tielt van 1858 tot 1883. Croquison volgde lessen aan de academie van zijn geboortestad Kortrijk. Hij trok vervolgens naar Gent waar hij lessen volgde aan de academie en bij Louis Roelandt. In 1838 werd hij er tot inspecteur van de bouwwerken van de opera en gerechtshof benoemd. Hij soliciteerde in 1840 en 1841 vergeefs voor de positie van provinciaal architect in West-Vlaanderen. Hij volgde in 1842 Camille Dehults op als stadsarchitect van Kortrijk, een functie die hem in contact bracht met Jean-Baptiste Bethune. Vanaf 1845 profileerde Croquison zich als ontwerper van parochiekerken. In 1858 volgde hij Camille Dehults op als provinciaal architect . In deze functie ontwierp hij talrijke parochiekerken, pastorieën en gemeentelijke lagere scholen. Tot zijn belangrijkste werven als provinciaal architect moeten het Kortrijkse gerechtshof en de restauratie van de Sint-Medarduskerk in Wervik gerekend worden. Oscar De Breuck (1855-1921) Provinciaal architect in West-Vlaanderen van 1883 tot 1885. Bruggeling De Breuck volgde lessen aan de academies van Brugge en Antwerpen. In afwachting van de goedkeuring van het nieuwe reglement werd hij in 1883 tijdelijk aangesteld, een benoeming die hij wellicht te danken had aan zijn liberale signatuur. Camille Dehults (1803-1857) Provinciaal architect voor de arrondissementen Ieper, Kortrijk, Roeselare en Tielt van 1840 tot 1857. Dehults werd opgeleid bij Bruno Renard, aan de academie van zijn geboortestad Doornik. In 1826 werd hij aan diezelfde academie aangesteld als leraar lijntekenen. In 1833 vestigde hij zich in Kortrijk waar hij tot stadsarchitect en leraar bouwkunde aan de stedelijke academie benoemd werd. Ook na zijn benoeming tot provinciaal architect bleef hij werkzaam aan de Kortrijkse academie. Zijn gebouwde œuvre — dat hoofdzakelijk uit parochiekerken, pastorieën en gemeentelijke lagere scholen bestaat — is relatief beperkt, ten dele een gevolg van een slepende ziekte waaraan hij in 1857 overleed. Alfons Naert (1839-1907) Provinciaal architect in West-Vlaanderen van 1885 tot 1907. Bruggeling Naert werd opgeleid aan de academies van Brugge en Antwerpen. Hij werd in 1885 de 303 Bijlage eerste provinciale bouwmeester na de goedkeuring van het reglement op de Provinciale Technische Dienst. Zijn hoofdtaak was de controle van gemeentelijke bouwprojecten , al werden hem ook enkele provinciale werven toevertrouwd. Hij was lid van de Brugse Société Archéologique en genoot een grote reputatie als kenner van middeleeuwse schilderkunst. Jean-Augustin Van Caneghem (1770-1858) Provinciaal architect van 1807 tot 1842. De uit Gent afkomstige Van Caneghem werd vermoedelijk als landmeter opgeleid. Hij trad in 1795 in dienst bij het Leiedepartement als conducteur. In 1807 werd hij benoemd tot architecte-voyer. Zowel tijdens de Hollandse periode als na de Belgische onafhankelijkheid bleef hij werken als provinciaal architect. Na de benoeming van Camille Dehults in 1840 bleef hij verantwoordelijk voor de arrondissementen Brugge, Diksmuide, Oostende en Veurne, tot aan zijn pensionering in 1842. Van Caneghem ontwierp tientallen gemeentelijke lagere scholen, enkele neoclassicistische parochiekerken en een aantal pastorieën. In 1810-1813 tekende hij tevens de plannen voor een nooit gerealiseerd provinciaal correctiehuis. Georges Verbeke (1880-1965) Provinciaal architect in West-Vlaanderen van 1912 tot omstreeks 1955. De uit Kortrijk afkomstige...

pdf

Additional Information

ISBN
9789461662064
Print ISBN
9789462700819
MARC Record
OCLC
971340367
Pages
350
Launched on MUSE
2017-02-07
Language
Dutch
Open Access
N
Back To Top

This website uses cookies to ensure you get the best experience on our website. Without cookies your experience may not be seamless.