restricted access Epiloog. De wederopbouw en de erfenis van de 19e eeuw
In lieu of an abstract, here is a brief excerpt of the content:

275 Epiloog De wederopbouw en de erfenis van de 19e eeuw Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog had het West-Vlaamse dorp aansluiting gevonden bij een moderne samenleving, mede dankzij het provinciaal beleid. Door het reguleren, het stimuleren en het financieel ondersteunen van gemeentelijke bouwprojecten was het provinciebestuur erin geslaagd bij te dragen aan de realisatie van wat ze als een goed uitgerust, eigentijds dorp beschouwde, een volgens haar noodzakelijke voorwaarde voor de welvaart van de plattelandssamenleving. De moderniteit van de 19e eeuw had langzaam maar zeker ook in het dorp zijn intrede gedaan. Het is een voor de blik van de 21e-eeuwse toeschouwer subtiele en soms moeilijk te herkennen transformatie. Ons hedendaagse beeld van het ‘authentieke’ dorp wordt vooral gevoed door laat-19e- en vroeg-20e-eeuwse prentkaarten. In 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit, met de gekende gevolgen voor West-Vlaanderen in het algemeen en de Westhoek in het bijzonder. In 1918 werd van de Noordzee tot aan de Franse grens een ongeveer vijf kilometer brede strook voor 100% verwoest verklaard. Van tientallen dorpen bleef letterlijk niets anders over dan wat puin temidden van een omgewoeld landschap. Voor verschillende auteurs en architecten vormde de wederopbouw een opportuniteit om de infiltratie van ‘stedelijke wansmaak’ in het dorp te corrigeren en het zijn landelijkheid terug te geven. Het debat over de aantasting van de authenticiteit van het plattelandsdorp had al voor de oorlog een hoge vlucht genomen.101 De discussies die vanaf 1916 met het oog op de wederopbouw van het platteland gevoerd werden, sloten hier naadloos bij aan. De landelijkheid die gepropageerd werd, was voor de regionalisten echter geen tegenpool voor de kwaliteiten van de moderne tijd, iets wat al gebleken was in het ‘Moderne Dorp’ op de wereldtentoonstelling van 1913 in Gent.102 Dit project, geïnitieerd door de ‘Beweging ter Verfraaiing van het Landleven’, ging Architect en ambtenaar 276 gepaard met een sterk pleidooi voor een rurale esthetiek. Het ‘Moderne Dorp’ zelf kreeg echter een uitwerking die geïnterpreteerd kan worden als een projectie van een stedelijke omgeving op een plattelandssamenleving. In wezen werden de gebouwen in ‘Vlaamse bouwtrant’ volgens moderne stedenbouwkundige principes geschikt waardoor het resultaat geenszins het beeld van een geleidelijk en in harmonie met het landschap gegroeide kern opriep. Het ‘Moderne Dorp’ van 1913 kan achteraf beschouwd ook als een soort blauwdruk van de wederopbouw van het dorp na de Eerste Wereldoorlog gelezen worden. Alfred Ronse en architect Théo Raison publiceerden in 1918 het monumentale Fermes. Types et constructions rurales en West-Flandre, een rijk geïllustreerd pleidooi voor een rurale esthetiek dat tevens modellen voor de wederopbouw aanreikte. Ook bij hen klonk een duidelijk pleidooi voor het verzoenen van “de modernste toepassingen en uitvindingen” met een “gewestelijke bouwtrant” door. Perspectieftekening voor de wederopbouw van de plattelandsdorpen Slijpe en Lombardsijde werden toegevoegd als inspirende voorbeelden . Deze doorgedreven toepassing van een regionalistische vormentaal zou de wederopbouw in de Westhoek sterk bepalen. Het is opvallend hoe in de plannen voor de wederopbouw voor de Westhoekdorpen een aantal kernelementen van het 19e-eeuwse dorp vervat zitten: een betere ordening van de ruimte, de doordachte inplanting van de gebouwen, een streven naar hygiëne, de aanwezigheid van alle gebouwentypes die als noodzakelijk beschouwd werden voor het functioneren van de (plattelands-)samenleving en een toepassing van eigentijdse bouwprogramma’s. Kerkhoven werden omgeven door een kerkhofmuur , de school vond zijn plaats in het dorpscentrum en een volwaardig gemeentehuis deed definitief zijn intrede in elk dorp [afb. 95]. De door de regionalisten bekritiseerde stedelijke architectuurtaal werd ingeruild voor een op de regionale historische traditie geënte vormentaal, een architectuur die in overeenstemming was met de bescheiden schaalgrootte van het dorp, waarin de regionale geschiedenis vervat zat en die tevens afgestemd was op de noden van de eigentijdse samenleving. De wederopbouw ging gepaard met wat als een ‘authentieke modernisering’ van het plattelandsdorp omschreven kan worden, een functioneel implementeren van en een vormelijk reageren tegen de 19e-eeuwse modernisering. De inzichten die ten grondslag lagen aan het 19e-eeuwse publieke bouwbeleid en de bijdrage van de provinciaal architecten aan de uitbouw van een moderne plattelandssamenleving werden in die zin in de wederopbouw van de Verwoeste Gewesten gecontinueerd. 277 Epiloog 95. Georges Hendrickx, ontwerp voor de wederopbouw van Sint-Joris zoals in 1926 gepubliceerd in L’Emuation (Provinciale Erfgoedbibliotheek Westflandrica). Tot de leidende figuren van de wederopbouw van de Westhoek moet overigens voormalig provinciaal architect Jozef Viérin gerekend worden. In 1921 verscheen van zijn hand Over de landelijke woning aan...


pdf