In lieu of an abstract, here is a brief excerpt of the content:

27 Proloog De stille modernisering van het plattelandsdorp De weversknecht Serafijn Vermote trok in de loop van 1812-1813 met zijn schetsboek door West-Vlaanderen.1 Het resultaat waren ruim tweehonderd gewassen pentekeningen die — niettegenstaande het steeds de blik van een kunstenaar betreft — een bijzonder accuraat beeld van het West-Vlaamse landschap schetsen, ‘observaties ’ waarin zowel stadsgezichten en kastelen, als bescheiden dorpskerken en hoeves geportretteerd werden. Vermotes tekeningen tonen een pré-industrieel, bewoond en bewerkt landschap, waarin de dorpskommen als geïsoleerde, enkel met onverharde wegen bereikbare woonkernen verschijnen. Het dorpsbeeld werd bepaald door een kerk, een met een muur of bomen omzoomd kerkhof, hoeves en eenvoudige dorpswoningen, lage bakstenen huisjes waarvan de zadeldaken met pannen of stro gedekt waren. Dit landschap zou in de loop van de daaropvolgende eeuw grondig veranderen. Het raakte doorsneden met spoorwegen, kanalen en buurtspoorwegen, dorpskernen werden beter ontsloten door het verharden van wegen, de industrie eiste haar plaats in het landschap op.2 Deze transformatie van het landschap gaf vanaf de late 19e eeuw aanleiding tot een pleidooi voor het behoud van het landschap, een discours dat zich tevens als een commentaar op de modernisering van het landschap en de samenleving laat lezen en waarin ook het dorpsbeeld nadrukkelijk een plaats kreeg.3 Het in 1923 verschenen Land en leven in Vlaanderen van Stijn Streuvels leest als een exponent van deze beweging.4 In dit rijk geïllustreerde boek klaagde Streuvels in literaire volzinnen de modernisering en de verstedelijking van het platteland aan. Een bijzondere plaats was daarin weggelegd voor de dorpen, “het siersel en de schoonheid van de Vlaamse streek” waarvan de eigenheid door de tussenkomst van de architect en de import van een stedelijke architectuurtaal aangetast werd.5 Een gelijkaardige kritiek op de teloorgang van de rurale architectuur en het authentieke dorpsbeeld was te lezen in Architect en ambtenaar 28 1. Serafijn Vermote, zicht op Emelgem, 1813 (foto Provinciale Erfgoedbibliotheek West­ flandrica). 4. Serafijn Vermote, zicht op Zedelgem, 1813 (foto Provinciale Erfgoedbibliotheek West­ flandrica). 2. Emelgem, prentkaart, begin 20e eeuw (Provinciale Erfgoedbibliotheek West­ flandrica). 5. Zedelgem, prentkaart, begin 20e eeuw (Provinciale Erfgoedbibliotheek West­ flandrica). 3. Emelgem, 2012 (foto Annelies Anseeuw) 6. Zedelgem, 2012 (foto Annelies Anseeuw). 29 Proloog het werk van auteurs zoals August Poppe en Edward Léonard.6 Deze laatste wilde met het in 1916 gepubliceerde Land en Dorp “beletten dat er te lande voortgegaan worde met het bouwen van hoeven en huizen, waarvoor de onschoone steedsche klein-burgelijke bouwwijze, die hoegenaamd niet in de landsche omgeving passen kan, het voorbeeld levert”. Het was immers in het dorp dat “de stad zich met hare minst aantrekkelijke vormen” opdrong, een stelling die Léonard kracht bijzette door in de illustraties voorbeelden van ‘authentieke’ dorpsarchitectuur tegenover ‘moderne’ 19e-eeuwse gebouwen te plaatsen.7 De verdedigers van de ‘rurale esthetiek ’ klaagden in essentie de introductie van een stedelijke architectuurtaal en typologie op het platteland aan, een kritiek die begrepen moet worden in relatie tot hun pleidooi voor een regionalistische, in het landschap gewortelde architectuur.8 Streuvels en Poppe wezen in hun publicaties nadrukkelijk op een teloorgang van wat zij het ‘authentieke’ dorpsbeeld noemden. Niet alleen het landschap zelf werd aangetast door de modernisering van de samenleving, maar ook in de landelijke bewoningskernen waren tekenen van modernisering en verstedelijking aanwezig. Het vervagen van het onderscheid tussen stad en platteland manifesteerde zich niet enkel in het wegvallen van ruimtelijke grenzen, maar kon ook vervat zitten in de verandering van het dorpsbeeld. Een confrontatie tussen de tekeningen van Vermote en vroeg-20e-eeuwse prentkaarten van dezelfde sites bevestigt en verheldert dit beeld. Aan de rand van sommige dorpen verschenen kanalen en fabrieken als tekenen van de moderne samenleving, terwijl andere dorpen duidelijk afgebakende woonkernen in het landschap bleven. Telkens opnieuw zijn de straten wel verhard en doen statige burgerwoningen met gepleisterde lijstgevels hun intrede in het dorpsbeeld. Deze beelden maken de transformatie van het dorpsbeeld in de 19e eeuw tastbaar, een veranderingsproces waarvan vandaag nog steeds de sporen zichtbaar zijn in de vorm van de honderden bewaarde 19e-eeuwse parochiekerken, gemeentescholen , gemeentehuizen, zorginstellingen en woningen.9 Het is een dorpsarchitectuur waarvan “de diversiteit aan gebouwentypes die tot in de verste uithoeken en kleinste gemeenten van de provincie letterlijk vorm gaf aan het maatschappelijke leven, met weinig middelen gerealiseerde gebouwen die vaak als banaal werden omschreven”.10 Deze omschrijving van de openbare architectuur van de plattelandsgemeente sluit aan bij de ruime invulling die Paul Groth aan het begrip vernacular architecture geeft, daarbij voortbouwend op de idee dat...

pdf

Additional Information

ISBN
9789461662064
Related ISBN
9789462700819
MARC Record
OCLC
971340367
Pages
350
Launched on MUSE
2017-02-07
Language
Dutch
Open Access
No
Back To Top

This website uses cookies to ensure you get the best experience on our website. Without cookies your experience may not be seamless.